Inmiddels zijn we een ‘bijna hittegolf’, een verloren WK finale en een verhuizing van Harry verder. Hoogste tijd dus voor een update!
Zoals jullie eerder al konden lezen voelde Harry zich niet helemaal thuis in het Safehouse in Hilversum. Dit heeft een verhuizing als gevolg gehad. De stress die de lange werkdagen met zich meebrachten en alle onduidelijkheden die Harry daar voelde hebben hun tol geëist. Door een beslissing die Harry heeft genomen woont hij nu in Amsterdam, wederom in een Safehouse, maar dit keer in een ‘erkende’.
De moeilijke tijd die Harry doormaakt doet mij meer dan ik van te voren had gedacht. Ik ken Harry al een aantal jaren en natuurlijk was ik al met hem bevriend. Toch is onze relatie, -tegen beter weten in- ‘te’ hecht geworden. Ik praat heel veel met Harry en voel met hem mee. Je wilt het beste voor iemand en dan vervagen grenzen. Voor mij betekend dit dat ik moeite heb met vriendschap en werk gescheiden houden. Ik volg Harry om zijn verhaal te vertellen, maar ik ben ook Harry’s beste maatje. Zeer regelmatig heb ik me dan ook zorgen gemaakt als hij niet goed in zijn vel, -of herstel zoals ze dat noemen- zat. Het is verschrikkelijk moeilijk om toe te moeten kijken hoe je maatje worstelt met... eigenlijk met alles. Alsof dat dan nog niet moeilijk genoeg is, moet je ook nog objectief en zakelijk blijven. Dit zijn zaken waarmee ik het erg moeilijk heb. Gelukkig heb ik hierover goede gesprekken met Harry gevoerd en kan ik weer wat rust vinden, ook omdat Harry nu goed terecht is gekomen.
Voordat Harry zijn intrek nam in het nieuwe Safehouse heeft hij een aantal dagen bij mij gelogeerd. Dat maakt het natuurlijk ook niet makkelijker. Toch is dit volgens mij het enige logische om te doen in deze situatie, je houdt toch van iemand. Achteraf ben ik ook heel blij dat ik er voor Harry kon zijn in de tijd dat hij mij nodig had. Ik zal dit ook blijven doen. Hij is mijn vriend.
Mijn vriend die worstelt met zijn verslaving. Met zijn verleden en zijn toekomst. Drie maanden is Harry nu terug in Nederland maar makkelijk is het allerminst. Het gaat echt met ups en downs. De ene dag ziet hij de toekomst met gepast vertrouwen tegemoet, de andere dag ziet hij überhaupt geen toekomst meer. Dit is verschrikkelijk zwaar! Ik vind het al zwaar om mee te maken en ik kan me haast niet voorstellen hoe het moet zijn om je zelf zo te voelen. Constant moeten verhuizen, de schuldeisers die meer geld van je willen dan je hebt en het programma dat je volgt waarbij je soms je vraagtekens plaatst zijn geen ingrediënten voor een zorgeloos bestaan.
Toch houdt Harry zich staande. Respect alom en dat moet vertelt worden! Daarom ben ik natuurlijk in de eerste plaats begonnen aan dit hele project. En daarom ga ik het afmaken.
Helaas hebben we het hier niet over een gratis project, en staan geldschieters nog steeds niet in rijen van twee voor mijn deur opgesteld. Omdat mij is vertelt dat dit ook niet in de lijn der verwachtingen ligt ben ik ondertussen ook erg druk met het zoeken naar investeerders. We hebben inmiddels al een aantal heel interessante gesprekken mogen voeren met verschillende mensen van verschillende klinieken. Afkickklinieken, die behoren tot ons zorgstelsel. Wat blijkt nou? De meeste van deze directeuren hebben ruzie met -in ieder geval- een andere directeur. Dit maakt financiering moeilijk. Voorbeeld: Harry heeft 6 maanden in ‘Castle Craig’ in Schotland gezeten. Hij is dus een cliënt van Caslte Craig. De directeur van ‘Solutions’ heeft problemen met de directeur van ‘Castle Craig’ en heeft dus grote moeite met het feit dat Harry juist een klant van hen is. De Jellinek kliniek vindt ons project goed, maar kan het maar moeilijk verdragen dat Harry ook bij Smith and Jones heeft gezeten. Keith Bakker, directeur van Smith and Jones en de Jellinek hebben in het verleden tegenover elkaar gestaan in de rechtbank.
Moet het niet zo zijn dat als een zorginstelling de maatschappelijke waarde van dit project inziet, ze in staat moet zijn onderlinge strubbelingen links te laten liggen en te kijken naar het doel? Het doel waar ze allemaal achter staan: Het taboe omtrent verslaving doorbreken en meer begrip krijgen voor mensen als Harry.
Het gaat hier om Harry, en niet om een cliënt van... Het gaat om een persoon die lijdt aan, en leeft met een verslaving. Is dat niet belangrijker dan welke rechtszaak dan ook? Alle mensen die we met dit project hun ogen kunnen openen, alle mensen die door dit project meer begrepen worden. Mag een concurrentiestrijd dat in de weg staan?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten